Als we toch in een cirkel moeten zitten, dan kies ik liever voor de positieve


Zelfverzekerd zijn. Wie wil dat nou niet? Ik denk dat we allemaal wel momenten
kennen waarop onze onzekerheden ons in de weg zitten. Je begint toch nog niet aan
die nieuwe hobby. Tijdens een vergadering houd je je mening voor je. Of je steekt je
hand niet op om een project te leiden. Want ja, kan ik dat wel? Merel heeft dat al
vaker gedaan. Zij kan het vast beter.


En voor je het weet, beland je in een spiraal waar je niet zomaar uitkomt. Vaak heb
je dan een luisterend oor nodig om die gedachtegang te doorbreken. Het vervelende
is namelijk dat ons brein van nature sociale vergelijkingen maakt. Waarschijnlijk was
dat vroeger heel nuttig, maar tegenwoordig zit het ons vaak juist in de weg.
Vergelijken is tenslotte ontzettend makkelijk. Eva is daar beter in dan ik. Daan kan
dat veel beter. En ongemerkt trekken we dan de conclusie dat wij dus minder zijn.
We zetten onszelf lager dan de ander. Terwijl het feit dat iemand ergens beter in is,
helemaal niet betekent dat jij er nooit goed in kunt worden. En wie bepaalt eigenlijk
dat je er slecht in bent?


Maar hoe komt het eigenlijk dat dat kritische stemmetje in ons hoofd zo hardnekkig
aanwezig is en steeds op zoek lijkt naar bevestiging? Daarvoor moeten we iets
dieper duiken. Ons brein beschikt namelijk over een aangeboren mechanisme dat de
negativiteitsbias heet. Dat betekent dat we negatieve gebeurtenissen, ervaringen en
woorden beter onthouden dan positieve. Daardoor zien we na iets wat we hebben
gedaan vaak eerder wat er misging dan wat er goed ging. Dat zit nu eenmaal in ons
systeem. Sterker nog: we beschikken zelfs over meer negatieve woorden dan
positieve woorden om onze ervaringen te beschrijven.


Oké, interessant om te weten. Maar wat heeft dat met zelfvertrouwen te maken?
Heel veel. Die negativiteitsbias kan namelijk behoorlijk in de weg zitten. Het kritische
stemmetje in je hoofd klinkt daardoor sneller overtuigend en zoekt voortdurend
bevestiging voor de negatieve gedachten die je al hebt. Je krijgt een beetje feedback
en denkt meteen: “Zie je wel, ik ben hier niet goed in. Dit is niets voor mij.” En geloof
me: dat stemmetje wordt er niet vriendelijker op als je het steeds zijn gang laat gaan.
De manier waarop je tegen jezelf praat, bepaalt voor een groot deel hoe je jezelf ziet
en wat je denkt te kunnen.


Daarom wil ik je meteen een praktische tip meegeven. Ik weet bijna zeker dat er op
dit moment iets is waarvan je zou willen dat je het anders deed of waar je beter in
wilde worden. Neem dat eens in gedachten en vraag jezelf af: wat is de allerkleinste
stap die ik vandaag kan zetten? Wil je leren koken? Begin dan met een ei bakken.
Wil je vriendelijker tegen jezelf praten? Geef jezelf dan elke dag een oprecht
compliment.


En dan begint eigenlijk het belangrijkste deel. Elke keer dat je zo’n kleine stap hebt
gezet, schrijf je ook op wat er goed ging. En het maakt echt niet uit hoe klein dat
succes voelt. Misschien had je precies de juiste hoeveelheid olijfolie in de pan.
Misschien lukte het je om jezelf een compliment te geven zonder daar een uur over
te hoeven nadenken.

Dat is vooruitgang. Dat is proces. En juist die kleine successen
verdienen aandacht, omdat ons brein daar van nature veel minder oog voor heeft.
Dus als we dan toch in een cirkel terechtkomen, kies dan voor die van de positieve.
Zie de kleine stappen die je zet. Sta stil bij wat er wél goed ging. Want
zelfvertrouwen ontstaat meestal niet door één grote overwinning, maar door heel
vaak tegen jezelf te bewijzen dat je wél vooruit gaat.